Onderzoek 
 
Start
Definiëring
Diagnostiek
Aanpak
Onderzoek
Verdiepende info
Beeldmateriaal
Links
Contact

 

Klinisch en wetenschappelijk onderzoek naar de diagnostiek en behandeling van dyscalculie

Ter bevordering van het inzicht in de diagnostiek en de behandeling van dyscalculie is in 2009 het Dyscalculie Expertisecentrum Nederland (verder te noemen: DEN) opgericht. DEN is gespecialiseerd in zowel wetenschappelijk als klinisch dyscalculieonderzoek. Dit betekent dat wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar achtergronden van dyscalculie, maar ook naar mogelijkheden om de gevolgen van de stoornis voor het kind te minimaliseren. Daarnaast wordt klinische expertise ingezet om kinderen bij wie dyscalculie wordt vermoed zo adequaat mogelijk te diagnosticeren en ouders/hulpverleners handvatten aan te reiken. Op basis daarvan kan zo optimaal mogelijk met de stoornis worden omgegaan.

DEN maakt onderdeel uit van het Ambulatorium van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Meer informatie over het Dyscalculie Expertisecentrum Nederland (DEN) kunt u vinden op de website van het Ambulatorium Universiteit Utrecht: http://www.ambulatorium.nu  

Diagnostisch onderzoek

Een goede diagnose van de problemen is nodig om te weten hoe een kind het beste geholpen kan worden. Om dat te kunnen vaststellen maakt een orthopedagoog-generalist of GZ psycholoog met deskundigheid op het gebied van rekenstoornissen een analyse van de rekenproblemen. Door onder andere na te gaan hoe de informatieverwerking bij het rekenen verloopt, hoe een kind rekentaken uitvoert en welke (hoeveelheid) hulp nodig is om nog onoplosbare taken toch op te kunnen lossen.

Meer informatie over het diagnostisch onderzoek is te vinden onder het kopje ‘diagnostiek’.

Behandeling

Bij de ene leerling zal behandeling meer succes hebben dan bij de ander. Dit is afhankelijk van zowel de mogelijkheden van het kind zelf als van de wijze waarop de hulp wordt geboden. Twee belangrijke peilers in het bieden van hulp betreffen het gebruik van een specifiek rekenhulpprogramma enerzijds en het bieden van de meest geëigende instructie anderzijds. Dat deze peilers zo belangrijk zijn blijkt ook uit een meta-analyse die op het terrein van onderzoek naar kinderen met (ernstige problemen) in rekenen/wiskunde die door medewerkers van DEN is gedaan.

     De uitkomsten van de analyse laten zien dat enkele inhoudelijke variabelen het succes van behandelen mede bepalen. Een belangrijke variabele is instructie (bijvoorbeeld: directe instructie, zelfinstructie of banende instructie). Een tweede belangrijke variabele is de mate van onderwijsbehoefte van kinderen in de behandeling. De resultaten van de meta-analyse laten zien dat jonge kinderen, die moeite hebben met het verwerven van de voorbereidende rekenvaardigheden en van de vroege basale rekenvaardigheden (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en verdelen), het meest baat hebben bij directe instructie: de leraar/ remedial teacher demonstreert procedures en legt regels uit. Zodra de basisvaardigheden goed zijn verankerd en er voldoende basiskennis aanwezig is, kan overgegaan worden op banende instructie: kinderen zelf hun voorkeurstrategieën en oplossingsprocedures laten ontwikkelen op basis van begeleid of zelf ontdekken en ‘discussie’ met anderen (leraar en medeleerlingen). Duidelijk is geworden dat instructie en het gebruik van een effectief gebleken (‘evidence based’) rekenhulpprogramma de twee belangrijkste peilers zijn voor een effectieve behandeling.

Organisatie

Veel kinderen met dyscalculie redden het met algemene groepsinstructie niet. Voor hen is verlengde en meer intensieve instructie absoluut onontbeerlijk. In de kortdurende behandeling die het DEN aanbiedt wordt op zoek gegaan naar de best bij het kind passende instructie op het niveau dat past bij het kennisniveau van het kind. Het doel is niet om het kind langdurig aan ons te binden, maar om handvatten te ontwikkelen zodat het kind na 5 tot 10 behandelsessies van 1 tot 2 uur in het DEN door de eigen leerkracht of een gespecialiseerd remedial teacher in zijn eigen school of thuis verder geholpen kan worden. We proberen met andere woorden na te gaan welke handelingsaspecten het best passen bij de problematiek van het kind. In samenspraak met ouders, school en verdere hulpverleners kan dan worden bepaald hoe de verdere hulp ingevuld kan worden.

Afsluiting van de behandeling

Rekenwiskundeonderwijs aan kinderen met dyscalculie is anders dan onderwijs aan kinderen die geen problemen ondervinden. De realisering is onder meer afhankelijk van de problematiek (kort- of langdurend, ernst, tijdstip van ontstaan, algemeen of domeinspecifiek, enzovoort). In het onderwijs aan kinderen met dyscalculie moet immers rekening gehouden worden met diverse kindkenmerken die de wijze van instrueren en de keuze voor het te gebruiken rekenhulpprogramma in belangrijke mate mede bepalen. Daar waar het normaal lerende kind allerlei rekeneigenschappen relatief gemakkelijk als kennis verwerft en kan toepassen, daar moet het kind met dyscalculie deze kennis expliciet leren beheersen en leren gebruiken. Dit betekent dus niet alleen dat gebruik gemaakt moet worden van speciaal voor deze leerlingen ontwikkelde remediërende programma’s, maar dat de leraar/ remedial teacher daarnaast specifieke instructiewijzen moet hanteren. In de behandeling zal worden nagegaan en tot voorstellen gekomen hoe het beste met de kindkenmerken rekening gehouden kan worden.

Het is van belang te onderstrepen dat leraren en overige betrokkenen in het onderwijs zich bijzonder moeten inspannen om deze kinderen tot een zo hoog mogelijk rekenniveau te kunnen brengen. Het is een moeizame weg de rekenvaardigheden zo aan te leren dat zwak presterende leerlingen deze ook daadwerkelijk zelfstandig kunnen gebruiken en toepassen. In de voorstellen die naar aanleiding van de behandeling zullen worden gedaan aan alle betrokkenen zal in ieder geval duidelijk moeten worden hoe de intensieve zorg ingevuld zal gaan worden.